Scenario 1: The Happy Few

Macht aan groot & West-Europa leidt

In 2014 en 2015 wankelt de euro nog tweemaal. Heel de wereld houdt zijn adem in, maar uiteindelijk houdt de as Parijs-Berlijn stand en krijgen Rome en Madrid de zaak op orde, net als de kleinere eurolanden. De eurozone wordt echter niet verder uitgebreid, want er is wel genoeg lesgeld betaalt. De EU maakt tussen 2015 en 2017 een doorstart en is vol zelfvertrouwen. De VS blijven kampen met ernstige begrotingsproblemen en zijn niet langer de trekker van de wereldeconomie. China stagneert omdat de transitie van een centraal geleide economie naar een markteconomie taai blijkt. Ook India en Brazilie haperen. Rusland blijft onvoorspelbaar en corrupt.

Vooral de grote Europese multinationals zijn de motoren achter de economische groei en stabiliteit. De automobiel, chemie- en voedingsmiddelenindustrie zijn wereldwijd leidend. Vliegtuigbouwer Airbus wordt het symbool van de Europese integratie. Het angstige en xenofobe populisme is op zijn retour en de ‘Euroburger’ doet zijn intrede.

Een dag in 'the Happy Few'

Amsterdam Zuid, Lise (48), senior manager van coating multinational.

9.00:

Vanuit mijn kantoor op de 40ste verdieping kan ik tot voorbij Almere kijken. IJburg-2 midden in het Markermeer is daar in volle aanbouw. Het wordt een archipel voor duurdere huizen, en die zijn hard nodig, want Amsterdam barst uit haar voegen door de enorme toestroom van expats uit het verre Oosten en Zuid Amerika. Ons huis aan de Stadionweg dat we nog net in de goede tijd hebben gekocht doet nu twee-en-een-half miljoen, volgens de makelaar. Een prettig idee dat ik niet per se tot mijn zeventigste hoef te werken.

Op mijn bureau staat een kartonnen wereldkaart gemaakt door mijn jongste zoon. ‘Waar Mama allemaal de baas is’, staat er met viltstift op geschreven. Er zitten wel dertig speldjes met kleurige knoppen in geprikt. Bij Shanghai, Kuala Lumpur, Djakarta, Mumbai, Sao Paolo, Buenos Aires, New York, San Francisco en bij de meeste Europese hoofdsteden. Het zijn alle vestigingen waar mijn teamleden van “Sustainable Industrial Coatings” werken. Het is het meest internationale team dat ik ooit geleid heb. Twaalf nationaliteiten, meer dan de helft vrouwen.

De afgelopen vijf jaar hebben we grote successen bereikt en we leveren nu aan vrijwel alle grote automerken wereldwijd. Voor de grote Europese merken deden we dat al veel langer. Maar de afgelopen jaren zijn Tata-Cars, Zhingzou en Motores Andes ook klant geworden. Marketing, productie en productontwikkeling worden aangestuurd vanuit Amsterdam met als Sub-Global Centres: Shanghai en Mexico City.

11.20 uur:

Ik voer een conference call met Frankfurt en Sao Paolo. Het gesprek ontaardt al snel in een Babylonische spraakverwarring. Ik zucht diep. Als er één ding is waar ik mee worstel, is het wel teambuilding. Hoe vorm je een echt global team met twaalf verschillende nationaliteiten verspreid over de hele wereld? Alle dertig teamleden schrijven en spreken vloeiend Engels en toch begrijpen ze elkaar vaak niet goed. De Chinezen vinden de Europeanen niet hard en ijverig genoeg. De Zuid Amerikanen vinden dat er geen leiding wordt gegeven en vragen steeds weer om instructies. En de Europeanen begrijpen elkaar onderling ook vaak niet. Ieder jaar in september is er een Global Team meeting van drie dagen waarbij we samen wandelen of skiën. Die drie dagen zijn altijd leuk en inspirerend, maar of het echt bijdraagt aan teambuilding vraagt ik me vaak af. Volgens mijn man, die psychotherapeut is, kan dat ook helemaal niet. Virtuele teams zijn onzin, zegt hij, mensen moeten elkaar kunnen zien en aanraken om een team te kunnen vormen. Zo zitten onze genen nu eenmaal in elkaar. Op de aandelenbeurzen hebben ze daar geen boodschap aan, daar telt alleen de koers/winst verhouding. Toch denk ik dat ik nog maar even door ga met die teambuildingsdagen, want voorlopig horen we nog steeds bij de top drie wereldwijd.

13.20 uur:

Mijn man aan de telefoon. Of ik er wel aan heb gedacht dat ik moet helpen met het werkstuk van mijn zoon over de Gouden Eeuw. Al pratend loop ik naar het andere raam van waaruit ik Schiphol goed kan zien liggen. De afgelopen jaren heb ik mijn aantal vlieguren gelukkig drastisch kunnen verlagen. Ik doe nu één week per maand het verre Oosten, één week per maand Zuid Amerika, en de Europeanen en Amerikanen komen één week per maand naar Amsterdam. Omdat mijn man praktijk aan huis heeft, en de kinderen kan opvangen, lukt het allemaal net. Het is belangrijk dat er iemand thuis is. Niet alleen voor hun emotionele ontwikkeling, maar ook voor de huiswerkdiscipline. Alleen met hoge cijfers kom je tegenwoordig nog op de Nederlandse universiteiten want die worden bestormd door studenten uit het verre Oosten en Zuid Amerika. Het maakt me trots: ‘Europe is still the Place to Be’. Als moeder lig ik er wel eens wakker van, want gedisciplineerd je huiswerk maken, als je moeder twee weken per maand van huis is, is wel wat veel gevraagd voor jonge pubers.

18.20 uur:

Het schemer valt in. Door het derde raam, mijn lievelingsraam, zie ik hoe in het oude centrum van Amsterdam overal de lichtjes aangaan. Zuid, het Museumplein, de Pijp, de Grachtengordel, het is allemaal prachtig onderhouden en waar nodig grondig gerestaureerd. Eigenlijk zijn alle wijken binnen de ring mooi. Vorig jaar is Amsterdam al voor de derde keer uitgeroepen tot een van de tien mooiste hoofdsteden ter wereld. Reken maar dat we nog verder zullen stijgen als straks alle treinsporen ondergronds zijn waardoor de stad weer helemaal direct aan het IJ komt te liggen. Een geweldige beslissing van het gemeentebestuur. Eindelijk durven ze in de Stopera eens cosmopolitisch te denken.

18.30 uur:

Ik sta met mijn jas al aan als mijn assistent zenuwachtig op me af komt lopen. Of ik nog even een conference call met Shanghai en Mumbai kan houden. ‘Er zijn kwaliteitsproblemen bij de metallic poederverven’, zegt hij. ‘R&D Kuala Lumpur krijgt het niet opgelost. Leiden moet zijn tanden er maar eens inzetten. Misschien moet je er zelf maar heengaan want we kunnen ons geen imagoschade veroorloven daar.’ Ik trek mijn jas weer uit en denk ‘dat werkstuk kan over een uurtje ook nog wel’.